BROMMER OP HET STRAND

Hij gespt het bandje van zijn helm onder zijn kin vast. Vanochtend had hij de brommer al even gecontroleerd, hij rijdt er nog maar eens per maand op. Altijd hetzelfde ritje, al zesendertig jaar. De brommer is oud, en op dit eiland kan er makkelijk zand in de motor komen. Maar vanochtend startte de brommer zonder probleem.

Hij voelt nog even of de mondharmonica in zijn binnenzak zit. Als hij de brommer de garage uitrijdt slaat de koude wind in zijn gezicht. Maar de zon schijnt ook. Hij kijkt om zich heen en groet de oude buurvrouw door lichtjes zijn vingers op te tillen. Dan kijkt hij weer naar beneden. Hij tilt zijn been over de Zundapp, gaat zitten en start de motor. Het ritje begint met het stukje door de dorpsstraat. Hij kijkt recht voor zich uit, in de hoop geen contact te hoeven maken met dorpsgenoten.


Vroeger kon de Zundapp wel zeventig kilometer per uur rijden. Hij en zijn vrienden scheurden het eiland over met hun opgevoerde brommers. Vanuit hun dorp reden ze naar het dorp aan de andere kant van het eiland. Daar waren de meeste toeristen en de leukste cafés. Ze keken er naar de meisjes die van ver kwamen. Die droegen andere kleding en meer make-up dan de meisjes van het eiland. Een enkele vriend had wel eens mogen zoenen met zo’n meisje. De jongens deden stoer tegen elkaar en sloten weddenschappen af over wie het eerst seks zou hebben met een meisje. Maar voor de meeste eilandjongens bleef het bij kijken.

Ook hij was nieuwsgierig, maar hoe zou hij ooit een meisje krijgen? Hij dankte zijn positie in de groep vooral aan het hebben van de snelste brommer en niet aan vlot gedrag of een knappe kop.


Snelheid maakt nu niks meer uit. Met dertig kilometer per uur rijdt hij het dorp uit, de weg op die naar de andere kant van het eiland leidt.

Halverwege deze weg slaat hij rechtsaf. Bij het strandpaviljoen stopt hij. Het paviljoen is nog dicht, op een bankje zit een jong stel selfies te maken.

Hij duwt zijn brommer het strand op. Hij voelt zand zijn schoenen binnendringen, hij is weer vergeten ze naar de schoenmaker te brengen om ze te laten repareren. Na honderd meter maakt het mulle zand plaats voor een pad, dat tussen een natuurgebied en de duinen doorloopt. Achter het natuurgebied ligt de zee. De wind blaast hard in zijn gezicht. Hij vindt het niet erg, want dat betekent dat hij weinig mensen zal tegenkomen onderweg. Heel soms slaat hij zijn maandelijkse rit over, als het warm is en het eiland bomvol met toeristen. Dat voelt als verraad, maar soms kan hij er niet tegen: de aanblik van al die vrolijke gezinnen, stellen die hand in hand over dit pad wandelen, de onderzoekende blikken zijn kant op.

Hij start de brommer weer en rijdt, nog langzamer nu, over het pad. Onderweg haalt hij een hardloper in. En een wandelende vrouw, ingepakt in een dikke jas en met een rode muts. Hij rijdt langs het natuurgebied, dat plaatsmaakt voor jongere lagere duinen die hem scheiden van de zee. Met dit weer lijkt het een soort maanlandschap: zand dat hel verlicht wordt door de zon, duinen met maar heel enkele pollen helmgras, de wind die dunne zandgolven over de grond jaagt. Halverwege dit landschap gaat hij naar rechts, richting de zee.

Vaak als hij dit ritje maakt is er een stem in hem die zegt dat hij gewoon door moet rijden, de zee in. Vlak voor de waterlijn stuurt hij zijn brommer nog een stukje verder naar het westen. Hij kijkt even of hij het goede duin heeft, maar weet al dat hij goed zit. Hij stopt en stapt af. Hij staart over de golven. Dan zoekt hij een plekje tegen het duin, gaat zitten en haalt de mondharmonica uit zijn zak. Hij begint te spelen.


Het spelen van de noten is als het aanzetten van een projector. Het zien van de scene vervult hem elk keer weer met schaamte.

De meeste jongens van het eiland waren toen weg, ze volgden een opleiding aan de wal. Maar hij was in het bedrijf van zijn vader gaan werken, een klein garagebedrijf. Op zijn kamer draaide hij platen van Neil Young, hij ging niet vaak het huis uit. Dat was veranderd toen hij verliefd werd op een meisje uit het andere dorp. Ze spraken elkaar wel eens omdat haar vader een klant van de garage was en soms kwam ze mee. Ze was zeventien, hij tweeëntwintig, maar zo mogelijk nog stiller dan in zijn puberjaren. Meer ervaring met meisjes had hij ook niet opgedaan. De maanden voor de gewraakte scene was hij voor haar wel eens naar het café in haar dorp gegaan. Meestal was ze met vriendinnen en dus niet makkelijk benaderbaar. Toch spraken ze elkaar altijd wel even en één keer hadden ze een echt gesprek gehad, over muziek, het weer, haar opleiding. Op een avond werd er gedanst. Ze dansten samen op Ik wil jou van Polle Eduard en op Paradise by the dashboardlight van Meatloaf. Toen ze schuifelden op Ruthless Queen van Kayak fluisterde ze in zijn oor dat ze naar buiten wilde. Het was een koele avond eind april, buiten gekomen rilde ze even. Onhandig sloeg hij een arm om haar heen. Ze draaide zich naar hem toe en opende heel lichtjes haar mond. Voorzichtig boog hij zich voorover. Hij voelde haar lippen en direct daarna haar tong. In het begin was hij aarzelend, maar het wende snel.


De volgende dag reden ze met de brommer het strand op, precies naar de plek waar hij nu zit. Het was mooi weer, haar rokje wapperde om haar benen toen ze de helm van haar hoofd haalde en even met haar haar schudde. Ze gingen tegen het duin zitten, uit de wind, in de zon. Hij had zijn mondharmonica bij zich en begon voor haar te spelen. Dat had hij nog nooit eerder voor iemand durven doen. Maar met dit meisje wilde hij alles delen. De hele nacht had hij wakker gelegen, dromend over een toekomst met haar. Na de laatste noot keek hij zwijgend naar de zee. Hij wist niet goed wat hij moest zeggen en durfde haar ook niet te kussen. “Mooi” zei ze en zweeg ook. Het onwennige moment werd verbroken door een meeuw die krijsend langs scheerde. Ze lachten even, schoven een stukje dichter naar elkaar toe. Ze wriemelde wat met haar hand in het zand, hij legde zijn hand over de hare en tekende met haar wijsvinger een hartje in het zand. Ze glimlachte naar hem. Nu durfde hij zich naar haar toe te buigen en haar te kussen. Ze proefde anders dan gister, toen had hij bier geproefd. Nu proefde hij pepermunt. Hij sloeg een arm om haar heen en trok haar achterover tegen het duin aan. Hij stopte even met zoenen en keek haar aan, vond zij het ook lekker? Ze trok zijn gezicht weer naar het hare. Het zoenen begon onderzoekend maar werd steeds ritmischer en dringender. Even kwamen ze beiden op adem. Voorzichtig stak hij zijn hand onder haar t-shirt en streelde haar buik. Zij keek naar de lucht. Hij voelde dat zijn geslacht hard werd. Zijn handen gleden verder en hij voelde haar kleine borsten. Ze trok hem weer naar zich toe en opnieuw kusten ze elkaar. Zij kreunde even toen zijn linkerhand in haar broekje verdween. Hij knoopte zijn broek los en bevrijdde zijn geslacht. Hij ging boven op haar liggen, de fysieke noodzaak van wat er nu moest gebeuren wees hem de weg. Toen zij zijn geslacht tegen de binnenkant van haar dijbeen voelde, probeerde ze hem weg te duwen en riep “Nee, nee, dit wil ik niet.” Het bereikte hem niet. “Nee, nee!” riep ze toen hij bij haar binnendrong. “Nee!” Haar geluid ebde weg. Hij probeerde haar te kussen, ze draaide haar hoofd weg. Meer dan zes stoten waren er niet nodig geweest om klaar te komen. Hij rolde van haar af en aaide haar haar, zij huilde en fluisterde “nee”. Hij keek naar de lucht. Wat had hij in godsnaam gedaan?

Even later stond ze op, streek haar kleren glad en zei, terwijl ze naar de grond keek “Jij hebt mij verkracht. Breng me naar huis.”


Nooit heeft hij geweten of en aan wie ze dit verteld heeft. Een tijdje leek er minder klandizie in de garage te zijn. Zes maanden later ging ze naar de wal om nooit meer terug te keren. Hijzelf heeft er nooit met iemand over gesproken en naar andere vrouwen heeft hij nooit meer gekeken.


Hij speelt de laatste noot van zijn boetelied. “Mooi” klinkt een stem. Hij draait zich om en ziet de vrouw met de rode muts. Ze gaat naast hem zitten in het zand. “Vertel” zegt ze en kijkt hem onderzoekend aan. Zwijgend kijkt hij terug, maar ze wendt haar blik niet af, ze wacht.

Aarzelend begint hij te vertellen.


Uitgelichte berichten
Binnenkort komen hier posts
Nog even geduld...
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Er zijn nog geen tags.
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

© 2019 by Christianne Verheugd. Proudly created with Wix.com

  • facebook-square