HET BELANG VAN FILOSOFEREN MET KINDEREN

Leer kinderen dat het stellen van een vraag belangrijker is dan het poneren van een stellige uitkomst!


Dit artikel van mijn hand werd gepubliceerd in de Volkskrant online op 1 april 2021.


Nu het stof van de bijzondere verkiezingscampagne neerdaalt, is het altijd maar de vraag wat er na een kabinetsformatie overblijft van alle mooie beloften. Een aantal partijen gaf aan fors te willen investeren in onderwijs. Dat juich ik toe. Maar waaraan moeten die investeringen worden besteed? Aan de vooravond van de eerste Week van de Kinderfilosofie, pleit ik - naast verhoging van salarissen en aandacht voor basisvaardigheden zoals lezen en schrijven - voor het introduceren van het filosofisch gesprek in de klas.


Als ik kijk naar de wereld zoals die zich de afgelopen twintig jaar heeft ontwikkeld zie ik zaken waarop een kind zich moet kunnen voorbereiden.

Ten eerste hebben sociale media al invloed op kinderen van steeds jongere leeftijd. We weten inmiddels hoe de algoritmes werken en dat er nepnieuws op wordt verspreid. De houding die kinderen aanleren tijdens een filosofisch gesprek helpt om ze weerbaar te maken tegen die invloeden. Ze leren een open maar kritische houding aan te nemen, en niet alles voor zoete koek te slikken. Ze worden aangespoord om te zoeken naar een ander standpunt, een andere manier van kijken naar iets, een tegenargument; kortom het is een soort hersengymnastiek. Zo ontwikkelen kinderen een houding waarin het stellen van een vraag belangrijker is dan het poneren van een stellige uitkomst.



Tagliatelle-nestjes

Ook als meningen en feiten door elkaar zijn gevlochten alsof het tagliatelle-nestjes zijn, brengt filosoferen kinderen nuttige vaardigheden bij. Als een kind iets inbrengt in het filosofisch gesprek zal de begeleider altijd samen met de andere kinderen op zoek gaan naar wát precies wordt ingebracht. Een mening, een gevoel, een feit, een argument - en zo ja, is het een valide argument? Het staat kinderen vrij dat allemaal in te brengen, maar een goede begeleider zal elke keer weer aansturen op het scherpen van de gedachten en de logica achter die gedachten. Kinderen leren zo logisch en kritisch nadenken; ook geen overbodige luxe in die wereld waarin zaken regelmatig ten onrechte als waarheid worden verkocht.

Ten derde is het debat de laatste jaren erg verhard: wie geen gelijk krijgt, gaat harder roepen in plaats van beter luisteren. Het gevolg is dat maatschappelijke kloven groter worden in plaats van kleiner.

Als kinderen met elkaar filosoferen kondigt menig begeleider zo’n gesprek als volgt aan: ‘Filosoferen klinkt moeilijk maar is het niet. We gaan samen denken, praten, maar vooral goed luisteren.’ Met gesprekstechnieken zorgt de begeleider ervoor dat de kinderen goed tot zich laten doordringen wat de ander precies heeft gezegd. De begeleider kan vervolgens een vraag stellen als: ‘Heb je enig idee waarom Nicky dat zegt?’ of ‘Kun jij nog een argument verzinnen om wat Fatima gezegd heeft, kracht bij te zetten?’ Met andere woorden: ze worden getraind om goed te luisteren, maar ook om zich in de ander te verplaatsen. Een vaardigheid waar we in een diverse en verdeelde maatschappij veel aan hebben.


Burn-out

Ten slotte: de prestatiemaatschappij eist zijn tol onder jonge mensen. Velen kampen met burn-outverschijnselen. Het onderwijs is vooral gericht op cognitieve prestaties en die worden altijd gemeten en beoordeeld.

Het filosofisch gesprek met kinderen kan binnen deze wereld als een oase dienen. Kinderen kunnen zich laven aan een oefening die niet beoordeeld wordt op goede en foute antwoorden. Hoogstens kun je met z’n allen na afloop bespreken of je nieuwe dingen hebt gehoord of nieuwe gedachten hebt gekregen.

Ik gun elk kind deze verrijkende ervaringen en vaardigheden zodat zij meer weerstand kunnen bieden aan geschetste ontwikkelingen. Dat zal niet alleen hun, maar de hele samenleving ten goede komen. Kinderfilosofie moet daarom een grotere plek krijgen in het leven van kinderen en met name in het onderwijs.




Uitgelichte berichten